Franse appeltaart

DSC_0236 verkleint
Sommige taarten staan al zo lang op mijn verlanglijstje om te maken maar het ontbreken van het juiste moment, de juiste spullen en de juiste tijd zitten soms in de weg. Zo ook bij deze Franse appeltaart.

De Fransen zijn fantastisch met hun gebak. Je hoeft maar een willekeurige Franse boulangerie binnen te lopen of de meest mooie gebakjes en croissantjes lachen je al tegemoet. Ik ben normaal al niet zo goed in kiezen, maar in dat soort situaties lijkt het bijna onmogelijk een keus te maken. Meestal resulteert dit in het kopen van veel te veel.. Maar het is allemaal ook veel te lekker! Een van die Franse hoogtepuntjes is de Franse appeltaart. Met die perfecte appelpartjes en een heerlijke korst.. hmmm! Ik was altijd zo jaloers op die mooie appelpartjes, totdat mijn schoonouders het geheim van hun Franse bakker ontdekten: een automatische appelschiller en -snijder! Het is een heel oldschool-uitziende constructie. Met een zuignap zet je de appelschiller vast op het aanrecht. De appel duw in de driepotige arm, het mesje zet je op de juiste afstand en draaien maar! De appel wordt geschild, in een spiraal gesneden en het klokhuis wordt eruit gehaald. Hoe te gek is dat! Je hoeft de spiraal appel alleen maar in tweeën te snijden en je heb dé perfecte Franse appelpartjes! Voor je Franse appeltaart ♡

De eerste stap voor deze taart is het deeg. Wat ik het lekkerst vind, is een knapperig deeg dat verkruimeld op het moment dat je het in je mond stop. Dit deeg heeft precies dat resultaat. Dat komt door twee dingen: het gebruik van lichtbruine basterdsuiker in plaats van. kristalsuiker en het gebruik van koude boter. Ondanks het feit, dat alle suiker veel op elkaar lijkt (het is immers zoet) kan het een heel ander effect op de structuur van het product hebben als het gebakken is. Basterdsuiker is ideaal voor een tikje stroperige structuur. In deze bodem zorgt de basterdsuiker voor het knapperige effect. De koude boter is van belang voor het kruimeleffect in je mond. Het is dan ook heel belangrijk dat de boter echt koud is. Je kunt de boter het beste eerst in blokjes snijden en vervolgens in de koelkast bewaren tot gebruik.

Meng in een kom bloem, bakpoeder, zout en suiker door elkaar. Voeg vervolgens de koude boter toe. Meng de boter met je vingers door het meelmengsel tot je de structuur van kruimels hebt. Pas daarna doe je het ei erbij en kneed je het tot een soepel deeg. Nu komt het volgende belangrijke punt van het deeg: het koelen. Zelf vind ik koelen altijd bijzonder onhandig. Ben je net lekker bezig, wordt alles in de wacht gezet omdat je het deeg moet koelen. Het werkt misschien dan wel niet plezierig, maar het is wel een belangrijk moment. Het is namelijk een vrij broos deeg. Als je het direct uitrolt, zou het aan alle kanten scheuren. Het koelen zorgt voor een stevige structuur waardoor je het gemakkelijk in de vorm kan leggen. Niet overslaan dus!

Gelukkig kan je tijdens het koelen mooi de appels snijden/schillen of door je machine halen. Ik besprenkel de net gesneden appelpartjes altijd met citroensap om verkleuring te voorkomen. Tegen de tijd dat je alle partjes klaar hebt, kan je het deeg uit de koelkast halen om uit te rollen.

Nadat het deeg in de ingevette vorm ligt kan je de taart gaan vullen. Ik heb zelf  de bodem eerst met een beetje spijs bedekt. Dit is om het deeg te beschermen tegen het vocht van de appels en voor de smaak. Ben je nou niet zo’n spijsfan, laat het dan lekker weg. Na het spijs vul je de vorm voor ongeveer 3/4 met appelsmort. Daarna is het appelpartjestijd. Waaier de partjes over de smort zoals jij het leuk vindt. Ik ben dit keer voor de klassieke manier gegaan. Als laatste besprenkel je de appelpartjes met wat kaneelsuiker en dan kan de taart de oven in. Eerst 10 minuten op 200˚C en daarna nog ongeveer 20 minuten op 175˚C.

Poedersuiker als finishing touch

Als hij net uit de oven is, lijken de appelpartjes misschien wat bleek. Om ze mooi te laten glazen kun je de appels abrikoteren. Dit doe je door abrikozenjam te verwarmen. Je krijgt een soort gelei. Als je dit zeeft haal je alle dikke stukken eruit. Het overgebleven mengsel kan je met een kwast over de appelpartjes strijken. Nog een beetje poedersuiker voor een mooie afwerking en de appeltaart is klaar! Warm is hij misschien wel het lekkerst… met een bolletje vanille-ijs!

Tip 1: gebruik basterdsuiker voor het deeg voor een knapperige korst.
Tip 2: gebruik koude boter. Dit zorgt voor de kruimelige structuur.
Tip 3: besprenkel je pas gesneden appelpartjes met wat citroensap om het verkleuren tegen te gaan.
Tip 4: meng de spijs met ei om het beter smeerbaar te maken. Het spijs zorgt er ook voor dat het deeg niet het vocht van de appels absorbeert. 
Tip 5: bestrijk de afgebakken appeltaart met warme abrikozenjam voor een glanzend resultaat.

5 from 1 reviews
Franse appeltaart
 
Bereidingstijd
Oventijd
Totale tijd
 
Een klassieke Franse appeltaart.
Auteur:
Porties: 12
Ingrediënten
  • Voor het deeg
  • 150 gr bloem
  • 4.3 gr bakpoeder
  • 100 gr koude boter in blokjes
  • 75 gr licht bruine basterdsuiker
  • ½ ei
  • snufje zout

    Voor de vulling
  • 75 gr spijs
  • ½ ei
  • 300 gr appel in partjes
  • (evt. citroensap)
  • 50 gr kaneelsuiker

    Voor de afwerking
  • 100 gr abrikozenjam
  • Poedersuiker
  • 200 gr appelsmort
Bereiding
  1. Verwarm de oven voor op 200 graden.
  2. Meng het bloem, bakpoeder, zout en suiker door elkaar.
  3. Voeg de koude boter toe en meng dit met je vingers tot er een broodkruimel structuur ontstaat.
  4. Voeg het ei toe en kneed het deeg tot een mooie bal.
  5. Bedek het deeg met vershoudfolie en laat minimaal 1 uur in de koelkast rusten.
  6. Rol het deeg uit tot ongeveer 1 mm dikte.
  7. Bekleed de ingevette vorm.
  8. Meng het spijs met de andere heft van het ei. Door het mengen van het ei met de spijs kan je het gemakkelijk uitsmeren over de bodem.
  9. Vul de bodem voor ¾ met appelsmort.
  10. Verdeel de appelpartjes over de bodem.
  11. Bestrooi met kaneelsuiker.
  12. Bak de taart eerst 10 minuten op 200 graden en vervolgens nog 20 minuten op 175 graden.
  13. Haal de taart uit de oven en laat enigszins afkoelen.
  14. Verwarm in een steelpannetje de abrikozenjam.
  15. Haal de warme jam door een zeef.
  16. Met dit mengsel bestrijk (abrikoteer) je de appelpartjes.
  17. Bestrooi voor het serveren met poedersuiker.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *